Een stem uit het verleden, over het geloof in de familielijn
Inleiding
10-06-2026 / Updated 08-09-2026
In de familiegeschiedenis komen soms onverwachte schatten naar boven. Onlangs heb ik een cassettebandje teruggevonden bij mijn ouders, een kopie van een originele geluidsopname uit 1958. Het is een uniek document: meegenomen vanuit Noordwijk aan Zee naar Canada en weer terug naar Zeist opgenomen door een oom van mijn moeder, net voor zijn definitieve emigratie. De opname is nu digitaal veiliggesteld en biedt een bijzonder kijkje in het leven van mijn bet-overgrootvader, ds. J. Visser. Het verhaal eindigt bij mij in mijn theologische verschuiving qua inzicht.
Een veelzijdig geestelijke
Jan Visser werd op 20 februari 1871 geboren in Hattem, in een gezin waar de kerkelijke traditie diep geworteld was; zijn vader diende de Gereformeerde Kerk (bepaalde orthodox bevindelijke stroming binnen het Protestantisme) daar bijna een halve eeuw lang. Na zijn studie aan de Theologische School in Kampen werd hij in 1895 kandidaat en begon hij zijn loopbaan als predikant in Geesteren-Gelselaar. Zijn ambt bracht hem vervolgens langs diverse standplaatsen, waaronder Sprong, Laar, Hijum en Zuidwolde, om uiteindelijk in 1913 verbonden te worden aan de gemeente in Kockengen. In 1932 ontving hij eervol emeritaat (pensioen), waarna hij zich in Zeist vestigde.
Zijn theologische kennis en intellectuele nieuwsgierigheid reikten echter veel verder dan de pastorale zorg in zijn gemeenten. Hij vervulde tal van deputaatschappen voor de classis Breukelen, diende als kerkvisitator en was lid van de Particuliere Synode van Utrecht. Recent bleek een voor mij 'onbekende' bron nieuwe informatie met mij te delen dat hij in de tijd van Sprang (ook soms als Sprong aangeduid) Zo bleek dat hij assessor was bij de synode van Almkerk in 1903 (synode is het feitelijk hoogste kerkelijke orgaan dat onder meer handelt over wet en regelgeving en zich bezig houd met Bijbelse ethiek, kerkelijk recht en tucht (vorm van rechtspraak) Dat is niet iets waar iedere standaard dorpsdominee zomaar aan verbonden is. Dat de 'onbekende' bron hiermee kwam was verassend omdat de bron zelf ook historisch vanuit een andere achtergrond familiebanden heeft maar dan aan de Joodse zijde van het spectrum. Met enige verbazing nam ik kennis van deze nieuwe feiten die ik zelf niet wist.
Auteur en vertaler: Een intellectueel oeuvre
Wat ds. Visser onderscheidde, was zijn enorme productiviteit als auteur en vertaler. Hij maakte naam met novellen als Anton van Wassem, Roeping en Karakteradel en kruis. Zijn theologische diepgang bleek uit werken als De lijdende Knecht des Heeren — voorzien van een voorrede door de vermaarde prof. dr. H. Bavinck — en studies als De Christenvervolging in de eerste eeuwen na Christus.
Naast zijn eigen schrijfwerk vertaalde hij talloze invloedrijke werken uit het Engels. Titels als De Heere onze Herder, De Bijbel voor de rechtbank der critiek en natuurlijk zijn bekende werk Van Bethlehem naar de Olijfberg, getuigen van een brede belangstelling voor zowel de Bijbelse exegese als actuele maatschappelijke thema’s van die tijd.
De stem uit 1958
De opname uit 1958, vermoedelijk slechts enkele maanden voor zijn overlijden, toont ons een man die ondanks "uitwendige gebreken" die hem verhinderden nog te preken, nog altijd diep verbonden was met zijn naasten. Op het bandje is hij te horen terwijl hij gelukwensen uitspreekt voor zijn zoon Juul — eveneens predikant — en diens echtgenote Nan voor een jubileum van hun huwelijk. Waarvan sommige delen van de opname moeilijk verstaanbaar zijn omdat de opname door de tand des tijds is aangetast.
De historische cirkel rondom de familie Visser is opmerkelijk: precies 100 jaar nadat hij in 1895 als predikant werd bevestigd, stond ikzelf Erik als achterkleinzoon op de Olijfberg in Jeruzalem, de plek waar hij eerder over schreef en waar hij (deels) zijn theologisch werk aan wijdde.
Afscheid in 1900
Uit een krantenartikel van 3 december 1900 blijkt hoe geliefd ds. Visser was in zijn vroege jaren in Geesteren-Gelselaar. Bij zijn vertrek nam hij afscheid met de woorden uit Numeri 27:15-17 (Statenvertaling):
"Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende: Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering. Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des HEEREN niet zij als schapen, die geen herder hebben."
De gemeente zong op verzoek van een ouderling Psalm 121 vers 4, en op verzoek van een tweede ouderling Psalm 134 vers 3. Het krantenartikel sloot af met een wens die zijn hele loopbaan typeerde: "Moge Zijne Eerwaarde in den nieuwe werkkring 's Heeren zegen in ruime mate ondervinden en vervulle de Heere alhier spoedig de ledige plaats met de man zijns raads.
Er is dus in dit geval wel wat veranderd bij mij als presentator qua theologische visie, in mijn persoonlijke geval van bevindelijk Gereformeerd (vroeger) voor het gezin Veldhuizen-Visser tot 1986, immers de kerk werd steeds liberalen wat een doorn in het oog was van mijn oma en mijn moeder. Als gevolg daarvan volgde de overgang naar de (orthodoxere) Christelijk Gereformeerd (Zeist) (eigenlijk een afsplitsing van de Gereformeerden voor 1842). Na mijn opzegging als lid verschoof mijn eigen religieuze achtergrond steeds meer naar Joods (gelovig) Het zou een interessante theologische discussie kunnen hebben opgeleverd tussen mij en mijn bet-overgrootvader. Waarbij mijn visie totaal is veranderd ten opzichte van de hele lijn van de Vissers die doorliep tot de Veldhuizen's.
Deze tekst is samengesteld op basis van een persoonlijke familieopname en historisch archiefmateriaal.
