Een technische week.
30-08-2026
Deze week schrijf ik eens over wat mij op technisch gebied heeft beziggehouden. Dat was nogal wat, zowel bij streekomroep A1 Mediagroep als in mijn eigen thuisstudio.
Afgelopen week had ik een afspraak bij A1 Mediagroep. Samen met een andere medewerker heb ik het technische gedeelte van de studio en de zendinstallatie bekeken. Daarbij kwamen verschillende zaken aan het licht die na de vakantie zeker moeten worden aangepakt.
A1 Mediagroep maakt nog gebruik van twee FM-zenders. Eén daarvan zendt tijdelijk in mono uit, terwijl de andere zender wel gewoon in stereo draait. Daarnaast is er natuurlijk de DAB+-zender, maar die vraagt op dit moment gelukkig weinig aandacht. De apparatuur voor de audioprocessing van de FM-zenders staat inmiddels al enige tijd bij mij te wachten op reparatie.
Na de zendinstallatie bekeken we de twee studio’s. Ook daar constateerden we het nodige. Ik duik nu even wat dieper de technische materie in, maar voor kenners zullen veel van deze problemen heel herkenbaar zijn.
De automatisering, die zorgt voor de volledige 24-uurs muziek- en programma-afhandeling, loopt nu bijvoorbeeld helemaal via de mengtafel. Dat is een onlogische en kwetsbare keuze. Het automatische signaal zou rechtstreeks vanuit de computer naar de zendinstallatie moeten gaan. Het uitgangssignaal van de mengtafel zou daar alleen bij moeten komen zodra vanuit de studio een liveprogramma wordt uitgezonden. Wanneer er dan iets met de mengtafel gebeurt, kan de geautomatiseerde uitzending gewoon doorgaan.
Ook de afluistering in de studio klopt niet helemaal. Er zijn knoppen waarmee je kunt schakelen tussen het kale studiosignaal en het signaal dat na bewerking door de Orban daadwerkelijk wordt uitgezonden. Het verschil tussen die twee is echter veel te groot: het door de Orban bewerkte signaal klinkt zeer hard, terwijl de studiobeluistering juist erg zacht staat.
Verder verliezen de computers af en toe de koppeling met de faderstart. Waarschijnlijk herkennen de pc’s de digitale audiokanalen dan niet meer goed. De cd-spelers functioneren eveneens niet zoals het hoort en reageren niet op de faderstart. Van de vier beschikbare telefoonlijnen zijn er in de praktijk maar twee goed bruikbaar.
Een ander probleem is het beheer van de digitale mengtafel. Door de beperkte beschikbaarheid van de inloggegevens kan momenteel slechts één beheerder de instellingen van de tafel aanpassen. Dat maakt de hele organisatie afhankelijk van één persoon. Dat is niet alleen onwenselijk, maar in de praktijk ook onwerkbaar. Een studio moet immers door meerdere bevoegde technici beheerd en onderhouden kunnen worden.
Samen nemen wij nu min of meer de rol van ‘hoofd techniek’ op ons. De komende tijd willen we de problemen niet alleen één voor één oplossen, maar vooral zorgen voor structurele oplossingen. Denk daarbij aan duidelijke documentatie, goed beheerde toegang tot de apparatuur, herstel van de audioprocessing en een betrouwbare werking van de studio’s.
Dan de thuisstudio
Al die nieuwe digitale mengtafels ten spijt, zijn dit precies de redenen waarom ik voor mijn eigen studio ooit koos voor een ouderwetse analoge mengtafel. Die heeft geen wachtwoorden nodig en raakt ook niet zomaar de digitale audiokanalen kwijt. Maar ook een analoge studio kent natuurlijk zijn eigenaardigheden.
In mijn thuisstudio loop ik al langere tijd tegen een lastig probleem aan. De faderstart van mijn Dateq-mengtafel krijg ik niet goed werkend met de vier Denon-cd-spelers. Faderstart betekent dat een cd-speler automatisch begint te spelen zodra de schuif van het betreffende kanaal wordt geopend. Dat lijkt eenvoudig, maar de manier waarop de Dateq en de Denon-spelers met elkaar communiceren blijkt technisch toch behoorlijk weerbarstig.
Tot nu toe kom ik er zelf niet goed uit en ook met hulp van de fabrikant van de mengtafel is het probleem nog niet opgelost. Gelukkig heb ik een goede vriend die werkelijk een expert is op het gebied van geluidstechniek. Hij is zo ongeveer een technisch wonder dat vrijwel iedere schakeling begrijpt. Eerder bedacht hij al een oplossing voor de aansturing van een digitale Denon-speler. Daarvoor soldeerde hij een speciale schakeling die precies werkt zoals ik het wil.
Mocht de gewone faderstart uiteindelijk toch niet betrouwbaar werkend te krijgen zijn, dan bestaat er nog een noodoplossing. We kunnen een klein bedieningsrail maken met losse startknoppen voor de vier spelers. Dat heeft niet mijn voorkeur, maar het is altijd goed om een alternatief achter de hand te hebben.
Ondertussen heb ik de thuisstudio schoongemaakt, opnieuw opgebouwd en de opstelling aangepast. De standaardapparatuur is inmiddels aangesloten en getest. Daarmee is de studio weer operationeel en kunnen de echte praktijktesten beginnen.
Er staat nog één technisch project op het programma: een moderne uitvoering van de vroegere ‘telefoonvork’. Via een aparte geluidskaart wil ik het mogelijk maken om telefonische interviews rechtstreeks in de uitzending te brengen. Daarbij moet de gast aan de telefoon het programma en mijn stem kunnen horen, zonder zijn eigen stem met vertraging terug te krijgen.
Ik twijfel nog of ik de eerste uitzending van Focus vanuit de studio in Nijkerk zal verzorgen of vanuit mijn eigen thuisstudio. Eerlijk gezegd denk ik steeds meer dat het mijn eigen studio wordt. Ondanks het nog niet opgeloste probleem met de faderstart is die, voor zover ik nu kan beoordelen, momenteel de meest stabiele van allemaal.
Dat is misschien wel de belangrijkste les van deze technische week: een studio hoeft niet de nieuwste of meest digitale apparatuur te hebben. Het belangrijkste is dat alles betrouwbaar werkt op het moment dat het rode lampje aangaat. Want als de techniek goed functioneert, hoort de luisteraar daar helemaal niets van — en zo hoort het ook.