Elul – opmaat naar vergeving, herstel en inschrijving in het Boek des Levens

Deze week begin ik mijn column met Psalm 27.
De woorden daarvan zijn mij bepaald niet onbekend. Hoe vaak ik deze psalm in mijn leven zelf heb uitgesproken, kan ik niet meer op één hand tellen. De woorden zijn rijk. Enerzijds gaat het over vijanden die een mens omringen, anderzijds over het vertrouwen op en de bescherming door de Eeuwige Zelf.
Vooral de laatste woorden zijn vanaf mijn jeugd in mijn hart gegrift. Ik schrijf ze hier zoals ik ze van jongs af aan ken:
"Zo ik niet had geloofd, dat ik het goede des HEEREN zou zien in het land der levenden, ik ware vergaan. Wacht op den HEERE, zijt sterk, en Hij zal uw hart versterken, ja, wacht op den HEERE."
Juist in de maand Elul krijgt Psalm 27 opnieuw een bijzondere plaats.
De afgelopen weken waren persoonlijk intensief. Op een bepaald moment kwamen woorden als vergeving, reiniging en herstel steeds nadrukkelijker naar voren. Hoe die gedachten precies tot mij kwamen, vind ik inmiddels minder belangrijk dan de vraag wat ze mij te zeggen hebben.
Daarbij kwam ook het lied Seder Ha'Avodah van Ishay Ribo op mijn weg. Waarom juist dat lied? Was het slechts toeval dat juist deze woorden en deze thematiek in deze periode voorbij kwamen?
Ik weet het niet.
Maar terwijl ik mij steeds verder verdiep in de betekenis ervan, ontdek ik de bijzondere opbouw die binnen het Jodendom bestaat rondom Elul, Rosj Hasjana en uiteindelijk Jom Kippoer — Grote Verzoendag.
Een opbouw die mij raakt.
Ik heb eerder geschreven dat ik oorspronkelijk uit een andere religieuze traditie kom. De woorden uit de Statenvertaling waarmee ik Psalm 27 hierboven citeer maken dat waarschijnlijk al duidelijk. Veel begrippen waren mij daarom wel enigszins bekend, maar niet altijd in hun oorspronkelijke Joodse samenhang.
Ook het blazen op de sjofar begin ik daardoor anders te begrijpen.
Ik kende het gebruik natuurlijk. Maar kennen en doorleven zijn twee verschillende dingen.
De sjofar roept wakker.
Niet alleen om te luisteren naar het geluid van de hoorn, maar om naar jezelf te kijken. Waar sta ik? Wat heb ik gedaan? Wat moet anders? Wat moet worden rechtgezet? Tegenover mijn naaste, maar bovenal tegenover de Eeuwige?
Het vragen om vergeving was mij als principe niet onbekend. Maar in deze periode krijgt het voor mij een diepere betekenis, juist door gebeurtenissen die achter mij liggen.
Afscheid nemen.
Vergeving vragen wanneer woorden of handelingen iemand mogelijk pijn hebben gedaan.
Keuzes maken.
Oude gewoontes opruimen.
Schoon schip proberen te maken met bepaalde delen van het verleden.
En tegelijkertijd beseffen dat teshuvah — terugkeer — méér is dan alleen zeggen dat iets je spijt. Werkelijke terugkeer vraagt ook dat een mens probeert anders verder te gaan.
Daarbij kwam ik opnieuw uit bij de Dertien Eigenschappen van Gods Barmhartigheid — de Yud-Gimel Middot HaRachamim.
Hun oorsprong ligt in het verhaal na de zonde met het gouden kalf. Juist nadat Israël diep was tekortgeschoten, openbaart de Eeuwige aan Mosje Zijn barmhartigheid.
Dat vind ik indrukwekkend.
Niet omdat verkeerde daden er ineens niet meer toe doen, maar juist omdat de Eeuwige laat zien dat na falen een weg van terugkeer mogelijk blijft.
Die gedachte vormt ook een belangrijk onderdeel van de Selichot, de gebeden om vergeving die ons steeds verder brengen in de richting van Rosj Hasjana en uiteindelijk Jom Kippoer.
Terwijl ik hierover lees en probeer de woorden niet alleen te begrijpen maar ook te doorleven, is het bepaald niet stil om mij heen. Er gebeurt genoeg in mijn persoonlijke leven, in mijn werk en in de wereld om mijn aandacht voortdurend een andere kant op te trekken.
En toch wil ik juist nu hierbij stilstaan.
Niet alleen om te begrijpen wat Elul betekent, maar om te proberen de diepere beweging ervan in mijn eigen woorden samen te vatten:
Vergeving – Reiniging – Heiliging – Herstel – Zegening – en ingeschreven worden voor een goed en zoet nieuwjaar, ten goede verzegeld in het Boek des Levens.
Het is mijn persoonlijke samenvatting. Geen officiële zes stappen uit het Jodendom, maar woorden die voor mij steeds meer de richting van deze periode aangeven.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Misschien allereerst dat de Eeuwige de geschiedenis niet verzwijgt.
Het gouden kalf wordt niet uit de Torah geschrapt omdat het een zwarte bladzijde is. Integendeel: juist tegen de achtergrond van menselijke fouten wordt zichtbaar wat verantwoordelijkheid, vergeving en barmhartigheid betekenen.
Dat geldt ook voor ons eigen leven.
We kunnen het verleden niet wissen.
Maar we kunnen er wel naar kijken, ervan leren, proberen te herstellen wat herstel nodig heeft en vervolgens een andere weg inslaan.
En dan kom ik vanzelf uit bij woorden die iedere dag centraal staan in het Joodse geloof:
Sjema Jisraël, Adonai Eloheinu, Adonai Echad.
Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is Eén.
En daarna:
"Gij zult de Eeuwige, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw vermogen."
Maar zeggen wij die woorden alleen omdat we ze kennen?
Of luisteren wij werkelijk?
Het Hebreeuwse sjema betekent immers meer dan geluid horen. Het vraagt om luisteren, ter harte nemen en handelen.
Dat maakt de vraag tijdens Elul misschien des te indringender:
Zeg ik dat ik de Eeuwige liefheb, of laat mijn leven dat ook zien?
In mijn eigen woorden zou ik het uiteindelijk zo willen samenvatten:
De Eeuwige is Eén — en mijn leven behoort Hem toe.
En daarmee kom ik opnieuw terug bij Psalm 27.
Niet omdat alle vragen daarmee zijn opgelost. Niet omdat het leven ineens eenvoudig wordt. En ook niet omdat vijanden, zorgen of menselijke tekortkomingen verdwijnen.
Maar wel omdat de richting opnieuw duidelijk wordt.
Zoals in de verzen 11 en 12:
"HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad..."
Misschien is dat uiteindelijk wel één van de belangrijkste gebeden van Elul.
Niet: laat mij zien hoe goed ik het al doe.
Maar:
Eeuwige, leer mij Uw weg.
Laat mij zien wat rechtgezet moet worden.
Geef mij de moed om terug te keren.
Reinig mijn hart.
Leer mij recht te doen aan mijn naaste.
En leid mij op het rechte pad.
Op weg naar Rosj Hasjana.
Op weg naar Jom Kippoer.
Op weg naar een nieuw begin.
Sjanah tovah u'metukah — moge het een goed en zoet nieuwjaar worden.