Opsteker met Joods nieuwjaar
Op zondag 13 september 2026 (2 Tisjri 5787) is een prachtig moment voor de start van mijn nieuwe radio-programma Focus. En wat is een beter moment om fris te beginnen dan, net na Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwjaar?!
De titel van deze column is 'Opsteker'. Bij Rosj Hasjana horen traditioneel appel en honing, om een zoet nieuwjaar in te luiden. In spiritueel opzicht is het de perfecte tijd om terug te kijken: vergeven, vergeten wat was, en in het reine komen met geliefden, vrienden en naasten in de opmaat naar Grote Verzoendag.
Bij het woord 'opsteker' dacht ik in eerste instantie aan een oude gewoonte – het opsteken van een sigaret of sigaar. Maar als ik dieper nadenk, zie ik een veel mooiere betekenis. Op zondag 6 september sloot ik het boek van een radioprogramma dat ik jarenlang met veel liefde heb gepresenteerd. Eigenlijk stond de afscheidsuitzending al gepland voor 30 augustus, maar de techniek liet me die ochtend in de steek. Ik baalde er enorm van. Achteraf besef ik: dit was precies het hogere plan. Hoe mooi is het dat de deur van het oude programma sloot en dit nieuwe avontuur exact start ná de start van het Joods Nieuwjaar?
Een andere opsteker is het besef dat een persoonlijk contact of een vriendelijk woord vaak een wereld van verschil maakt. Het is tijd om met frisse moed te starten en negatieve gevoelens te laten varen. Ik kijk vol optimisme uit naar nieuwe avonturen: spannende bestuursverkiezingen, het voorzitterschap van een streekomroep A1 Radio, en de organisatie van een Chanoeka-bijeenkomst in een ander gremium in december. Chanoeka is de perfecte gelegenheid om, aan het einde van de wereldse jaartelling, een stralend licht van hoop en warmte door te geven in een soms duistere wereld – vanuit het besef dat het licht van de Eeuwige de ware drijvende kracht is.
Die drijvende kracht voel ik ook in mijn bestuurlijke werk. Toen ik onlangs erkenning kreeg voor mijn landelijke rol als vicevoorzitter, realiseerde ik me opnieuw waarom ik dit doe. Ik hoef daar niet van naast mijn schoenen te gaan lopen – met schoenmaat 45 is dat sowieso geen gezicht – maar het gaat mij om recht en rechtvaardigheid, diep geworteld in mijn persoonlijk geloof.
Datzelfde geloof brengt me bij de absolute 'kers op de taart' van dit nieuwe jaar: mijn aanstaande reis naar Israël en Jeruzalem. Ik moet waken voor al te veel sentiment, maar de gedachte hieraan ontroert me. “Im esjkachech Jeroesjalajiem, tisjkach jemini” (Als ik u vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten). Die woorden sprak ik ooit uit bij mijn huwelijk, dat doe je niet zomaar. (los van soms persoonlijke veranderende omstandigheden) Met Pesach wensen we: "Leshana haba'a bi-jeroesjalajiem" (Volgend jaar in Jeruzalem). Volgens de Gregoriaanse jaartelling hoef ik dat nu niet meer te zeggen, want voor mij is dat 'volgend jaar' al in februari! We gaan voor een jaar met uitsluitend simches (vreugde).
Als ik terugkijk naar de man die ik 10, 20 of 30 jaar geleden was, besef ik hoe anders ik dacht over fundamentele geloofsvragen. Hoewel ik vanuit de traditie geen Jood ben, ervaar ik een ongekende rijkdom in het Jodendom. Ooit bracht Psalm 119 mij de liefde voor de wet bij. Tegenwoordig ervaar ik de nabijheid van de Eeuwige nog intenser: bij de stappen die ik zet bij de Klaagmuur, de naderende sjabbat die op vrijdag in Israël in de lucht hangt, en de diepe verbinding zodra de kaarsen branden.

Ik vergelijk het wel eens met een verzengend hete zomerdag. Als de thermometer 40 graden aantikt en de hitte beklemmend is, snak je naar afkoeling. Dat heldere, koele water is net zo verkwikkend voor het lichaam als deze spirituele rijkdom is voor de ziel. Mijn opvoeding van vroeger was vormend en blijft een deel van mij. Juist daarom sluit ik deze column zo waardig mogelijk af, met woorden uit diezelfde traditie die deze verkwikking prachtig omschrijven:
Welzalig hij, die al zijn kracht
En hulp alleen van U verwacht,
Die kiest de welgebaande wegen;
Steekt hen de hete middagzon
In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron,
En stort op hen een milde regen,
Een regen, die hen overdekt,
Verkwikt, en hun tot zegen strekt.
