Luister live

Practice what you preach

18-08-2026

Nu kan ik een uitgebreid verhaal schrijven rondom de ditmaal gekozen titel, maar de kern ervan laat zich misschien wel het beste samenvatten met een oud spreekwoord:

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel.

Aan die woorden moest ik denken toen ik gisteravond een nieuwsbericht las over een Israëlische politicus die zou hebben opgeroepen om iedere nacht tientallen Gazanen om te brengen. Alleen al de kop van het bericht riep bij mij vragen op. Daarom besloot ik niet meteen een oordeel te vormen, maar eerst uit te zoeken wat er werkelijk was gezegd.

Ik ging terug naar de bron.

Daar bleek dat de oorspronkelijke woorden wezenlijk anders lagen dan de indruk die in het nieuwsbericht werd gewekt. Dan dringt zich vanzelf een andere vraag op: wanneer houdt slordigheid op en wanneer begint verdraaiing? In het boek Spreuken wordt veel gezegd over de tong, over waarheid en over leugen. Zo staat er in Spreuken 12:22:

“Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.”

Wat doe je vervolgens?

Je kunt denken: ach, wat kan ik eraan veranderen? Je kunt het bericht negeren en doorgaan met de orde van de dag. Of je kunt besluiten dat waarheid ertoe doet en handelen.

Ik koos voor het laatste.

Niet omdat iedere fout in een nieuwsbericht onmiddellijk tot een groot historisch drama leidt. Dat zou een verkeerde vergelijking zijn. Maar de geschiedenis stelt ons wel steeds opnieuw dezelfde morele vraag: wat doen wij wanneer mensen onrecht wordt aangedaan, wanneer onwaarheden worden verspreid of wanneer een groep stelselmatig wordt weggezet?

Dan denk ik onvermijdelijk aan een veel donkerder tijd.

Een tijd waarin Joden steeds verder uit de samenleving werden geweerd. Eerst kwamen woorden en uitsluiting. Daarna verdwenen rechten. Vervolgens kwamen vervolging, deportatie en uiteindelijk vernietiging.

Maar gelukkig waren er ook mensen die niet wegkeken.

De oom van mijn moeder was zo iemand. Vanuit zijn geloof kon hij niet aanzien wat er met Joden gebeurde. Hij bood onderdak aan een Joodse vrouw van 21 jaar en riep anderen binnen zijn kerkgenootschap op hetzelfde te doen.

Hij beperkte zijn overtuiging dus niet tot woorden.

Hij bracht haar in praktijk.

Practice what you preach.

Jaren later kwam die geschiedenis op een bijzondere manier opnieuw dichtbij.

Ik bevond mij in de Haagse synagoge, uitgerekend op de dag dat er een aanslag op een Joodse school in Amsterdam had plaatsgevonden. Kort daarvoor was ik daar ambtshalve al over gebeld. Die dag was de nood binnen de Joodse gemeenschap zo groot dat zelfs mensen die normaal gesproken hun telefoon tijdens de dienst niet bij zich zouden dragen daarvan afweken.

Ik besloot toch naar de synagoge te gaan.

In een achterkamertje raakte ik in gesprek met een van de leiders van de gemeenschap. Tijdens dat gesprek vertelde ik dat ik oorspronkelijk uit Zeist kwam.

Plotseling zei hij:

“Dat is ook toevallig. Mijn oma zat daar ondergedoken.”

Natuurlijk vroeg ik waar en bij welke familie.

En toen kwam de verrassing.

De familie waarbij zijn oma ondergedoken had gezeten, bleek bevriend te zijn geweest met de oom van mijn moeder. Bovendien behoorden zij tot hetzelfde kerkgenootschap.

Tientallen jaren later zaten twee mensen tegenover elkaar, verbonden door keuzes die anderen in een totaal andere tijd hadden gemaakt.

Daarom geloof ik dat deze gedachte belangrijk is:

Het verleden bepaalt mede wie wij vandaag zijn. Onze inzet van vandaag kan mede bepalen wat er morgen mogelijk is.

Ik merk soms een zekere gelatenheid, ook binnen de Joodse gemeenschap. Een gevoel van: “Ach, wat heeft het voor zin om je ertegen te verzetten?”

Maar juist het verhaal van onderduikers en verzetsmensen laat zien dat één daad wel degelijk verschil kan maken.

Soms zelfs het verschil tussen leven en dood.

Daarvoor is niet alleen moed nodig. Er is ook wijsheid nodig.

Want wie voor waarheid wil opkomen, moet eerst zeker weten wat waar is. Wie rechtvaardigheid verlangt, moet zelf rechtvaardig handelen. Wie anderen verwijt dat zij feiten verdraaien, moet extra zorgvuldig zijn met zijn eigen woorden.

Daarmee kom ik bij koning Salomo.

Wanneer Salomo de Eeuwige om wijsheid vraagt, vraagt hij niet om rijkdom, macht of een lang leven. Hij vraagt om een verstandig hart, zodat hij het volk kan richten en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.

Kort daarna wordt die wijsheid op de proef gesteld.

Twee vrouwen verschijnen voor Salomo. Beiden zeggen dat het levende kind van hen is. Er zijn geen getuigen. Er is alleen het woord van de ene tegenover dat van de andere.

Dan lezen we in 1 Koningen 3:25-27:

“En de koning zeide: Doorsnijdt dat levende kind in tweeën, en geeft de ene een helft, en de andere een helft.

Maar de vrouw, welker zoon de levende was, sprak tot den koning (want haar ingewand ontstak over haar zoon), en zeide: Och, mijn heer! Geef haar dat levende kind, en dood het geenszins; deze daarentegen zeide: Het zij noch het uwe noch het mijne, doorsnijdt het.

Toen antwoordde de koning, en zeide: Geeft aan die het levende kind, en doodt het geenszins; die is zijn moeder.”

Salomo hoefde het kind niet werkelijk te verdelen.

Hij maakte zichtbaar wat verborgen was.

De echte moeder was degene die liever haar aanspraak op het kind opgaf dan het kind te laten sterven.

De waarheid werd zichtbaar door wijsheid.

En dan volgt in vers 28 misschien wel de belangrijkste conclusie:

“…want zij zagen, dat de wijsheid Gods in hem was, om recht te doen.”

Als kind hoorde ik bij het verhaal van Salomo nog een eenvoudige maar belangrijke zin:

“Maar koning Salomo vergat nooit van Wie hij deze wijsheid had.”

Misschien is dat wel de kern.

Rechtvaardigheid en wijsheid beginnen niet bij het hardst spreken of bij het snelst reageren. Ze beginnen bij het zoeken naar waarheid.

Bij luisteren.

Bij onderzoeken.

Bij onderscheid maken tussen goed en kwaad.

En vervolgens bij de bereidheid om naar die waarheid te handelen.

Als wij zeggen dat leugen verkeerd is, moeten wij zelf zorgvuldig met waarheid omgaan.

Als wij zeggen dat rechtvaardigheid belangrijk is, moeten wij bereid zijn tegen onrecht op te staan.

Als wij anderen oproepen om niet weg te kijken, kunnen wij zelf niet wegkijken wanneer het ons iets kost.

Rechtvaardigheid en wijsheid zijn bij de Allerhoogste. Groot is Zijn goedertierenheid en trouw over degenen die Hem vrezen.

En wanneer Hij ons leert wat rechtvaardigheid is, ligt er ook een opdracht.

Niet alleen spreken over waarheid.

Maar erin wandelen.

Niet alleen vertellen wat goed is.

Maar het doen.

Practice what you preach.