Rechtvaardig wandelen en juist handelen

Ditmaal werd mijn aandacht gevestigd op rechtvaardig wandelen en juist handelen; daarmee doel ik op het daadwerkelijk handelen in overeenstemming met woord en daad in de geest van je religieuze overtuiging. Of we het nu de Bijbel noemen of de Tenach, laat ik even in het midden. Ik val maar gelijk met de deur in huis met Psalm 86 en kies nu voor de tekst die direct in mijn hoofd opkwam: "Leer mij naar Uw wil te handelen, 'k zal dan in Uw waarheid wandelen." Dat is de kern en dat moet het uitgangspunt zijn.
Ik moest even controleren of het aangeleerde eigenlijk wel klopte met mijn beeld. Ik doel op de christelijke visie ten aanzien van het jodendom: dat het jodendom wel de historische wortel is, maar dat het (Joodse) verbond als onvolledig wordt gezien zonder de erkenning van Jezus als Messias, Verlosser van de erfzonde. Ik groeide op in het christendom, waar in die traditie de vervangingstheologie nog deels werd onderwezen. Historisch gezien leerde de kerk dat het Joodse volk zijn uitverkoren status had verspeeld door de verwerping van Jezus als Messias. De christelijke kerk zou het nieuwe "Israël" zijn geworden, waardoor Joden zich tot het christendom moesten bekeren om behouden te worden. Met 'behouden worden' wordt bedoeld dat ze, zonder dat behoud, 'verloren' zijn. Om het in goede christelijke termen aan te halen: men verwees naar Johannes 3:18: "Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God."
Ik vond deze uitleg twijfelachtig en ben deze discussie niet uit de weg gegaan, omdat ik het strijdig achtte met de verbondsbelofte. Veel moderne christelijke theologen en kerkstromingen hebben na de Tweede Wereldoorlog afstand genomen van de vervangingstheologie. Zij belijden dat het verbond van God met het Joodse volk onvoorwaardelijk en eeuwig is. Zij erkennen de Joodse weg (leven volgens de Thora) als een legitieme weg van behoud. Deze vervangingstheologie is zelfs misbruikt om de strafmaat aan te geven, waarbij weleens werd gezegd: "Wij hebben jullie (kinderen) gered van de ondergang", om die Joodse kinderen vervolgens op te voeden in de christelijke leer.
Dat staat haaks op hoe de oom van mijn moeder dacht. Hij, Hendrik Visser, vond het zijn morele plicht om een Joodse vrouw (21) in onderduik op te nemen en andere leden van de kerkelijke gemeente aan te sporen hetzelfde te doen. Waar kwam die morele plicht vandaan? Het bijbelse gebod om 'uw naaste lief te hebben als uzelf' en het beschermen van de zwakken vormden de kern. Christenen zagen het Joodse volk als de 'wortel van het eigen geloof' en konden de nazivervolgingen niet rijmen met hun geloof. Helaas zagen sommigen de tekst uit Johannes 3:18 op een manier waardoor ze ofwel actief een kant kozen in de oorlog, ofwel het in het midden lieten.
Februari 1943 (Protest tegen Jodenvervolging en arbeidsdienst): op zondag 21 februari 1943 werd in de protestantse kerken, waaronder de kerk waar mijn familie uit voortkomt, een brief voorgelezen waarin de kerk scherp stelling nam. De synode (het landelijk bestuur) veroordeelde de "toename van rechteloosheid" en het "ten dode vervolgen van joodse medeburgers". Ook ageerde de kerk fel tegen de verplichte tewerkstelling van Nederlandse arbeiders in Duitsland.
Maar tot in de jaren 90 werd in gebeden het volk Israël (het Joodse volk) gememoreerd met verpakte woorden die niets aan onduidelijkheid overlieten. Ook in mijn huis kwam de kerkelijke vertegenwoordiging op 'huisbezoek'. Dat is geen gezellig avondje koffiedrinken; men sloot het bezoek steevast af met veelzeggende woorden: "Opdat de ogen van het volk Israël mogen worden geopend...". Voor mij was dit eigenlijk het begin van het einde. Voordat ik afscheid nam van de broeders van de kerkenraad, zei ik: "Ik wil toch even vragen: mag ik uit dit gebed en deze opmerking opmaken dat Joden wordt verteld dat, indien ze zich niet bekeren tot het christendom, ze dan..." Men durfde hier geen antwoord op te geven, maar voor mij was de boodschap duidelijk.
Ik ging erover nadenken en kwam tot de conclusie dat het haaks staat op het door G-d gesloten verbond met Abraham, Izaäk en Jakob als een eeuwigdurend verbond. Hoe zou iemand kunnen denken dat het houden van geboden uit eer en heiligheid aan G-d, een heel volk zou verstoten of uitsluiten? Ik ga nu niet verder de diepte in, maar het bracht mij op een punt waarop ik dacht: dit kan in elk geval niet de waarheid van het geloof zijn.
Wat dan wel? Ik las en luisterde veel naar uitleg van rabbijnen en kwam tot andere inzichten. Ik geloofde 100%, en niet alleen dat: ik geloof nog steeds met volle zekerheid dat G-d mijn Schepper is. Hij is voor mij de Heiligste; voor G-d, wie anders zou ik vrezen? Maar onder mijn voeten sloeg het wel een gat in de grond. Was mijn hele overtuiging op drijfzand gebaseerd? Ik concludeerde dat er voor mij elementen waren waar ik niet meer mee kon leven en ik kreeg veel twijfel over de uitleg van zaken in het Nieuwe Testament. Langzaam zag ik ook dat in de vertalingen van de Tenach (het Oude Testament) zaken stonden waarvan ik vond, en vind, dat ze niet juist konden zijn. Bepaalde uitleg van rabbijnen was doorslaggevend; als rationeel mens die zoekt en onderzoekt, kun je daar simpelweg niet omheen.
Ik werd gewezen op het echt lezen van Psalm 119. Waar mij altijd was voorgehouden dat het Oude Verbond dat de Eeuwige met het volk Israël had gesloten een 'werkverbond' was en dat de geboden een molensteen om de nek zouden zijn, las ik Psalm 119 op aanraden van... op een andere manier. Woorden waar de liefde uit doorklinkt om Zijn wet te houden, stonden haaks op wat mij geleerd was. Het Nieuwe Testament, ook wel vrij vertaald als het 'Nieuwe Verbond', stond ineens haaks op wat er in de Tenach stond.
Zo moest ik kiezen. Niet kiezen omdat ik vanwege een mens bij het jodendom wil horen, maar omdat het voor mij blijkbaar een gekozen weg is om te gaan. Uit vrije wil? Ja, uit vrije wil, met alle consequenties die daaraan vastkleven. Tja, hoe moeilijk ook... Iemand zei me ooit in een andere context: "Als u A zegt, moet u B doen." Ja, zo is het.
Nu ga ik dieper in op die keuzes en interpretaties. Je kunt niet zomaar iets naar jezelf interpreteren omdat het je goed uitkomt. Het deed me denken aan een situatie van een ernstig vergrijp dat zich zo'n 20 jaar geleden in de orthodoxe gemeenschap afspeelde. Iemand die nota bene het woord van G-d verkondigde, ging ernstig moreel en religieus in de fout. Laat ik hier niet oordelen over de persoon; het is makkelijker om iemand te veroordelen op daden dan zelf in de spiegel te kijken. Interpreteer ik de dingen wel in een hoger licht, of houd ik me aan de geboden terwijl ik willekeur toepas? Helaas stuitte ik op verhalen van machtsmisbruik en uitbuiting van vrouwen, ook op het gebied van intimiteit, met het excuus: "Ja maar, jij bent van mij, dus...".
Ik wil dit rijtje niet eens afmaken, maar het maakte me boos en verdrietig. Eerder schreef ik over het loskomen van slavernij uit Egypte. Het was — niet verwijtend bedoeld — nota bene het volk van Israël zelf dat, terwijl Mozes op de berg de wetten (de Tora) ontving, aan de voet van de berg stond te dansen rondom het Gouden Kalf. De Tora en de Tenach zijn geen verhalenboeken; er zit een richtsnoer aan vast, juist om mij en ons te behoeden voor kwade gedachten en daden. Daarbij moet je soms een afslag nemen, een richting kiezen, een statement maken, maar dat moet dan wel passen in de gedachte en lijn van wat de Eeuwige openbaarde.
We kennen allemaal de uitspraak: "Nou, dat is niet helemaal kosjer." Los van de term waar 'kosjer' echt voor staat, verwijzen we daarmee vaak naar iets wat niet deugt op basis van spijswetten, en trekken dat door naar iets wat we zelf als onjuist bestempelen. Veel Nederlanders die in de supermarkt een afgeprijsd product kopen met de sticker "Weggooien is zonde", begrijpen de essentie niet. Mijn oma was daarin altijd heel duidelijk: ten eerste is eten weggooien al een zonde, maar zij heeft de oorlog en de voedselschaarste meegemaakt. In de oorlog waren sommigen al blij met een bord aardappelsoep; alles was 'op de bon'. De jeugdige generatie zal denken: 'op de bon'? De oude generatie weet het nog wel; dat waren voedsel- en kledingbonnen waarmee je beperkt voedsel kon kopen.
De schaarste was zo groot dat toen mijn oom geboren was, mijn opa tijdens 'spertijd' (levensgevaarlijk) op de fiets naar de boerderij ging om een mud aardappels te halen. Toen hij bijna thuis was, werd hij aangehouden en in elkaar getrapt door Duitsers (of wellicht Nederlanders?) en was hij zijn aardappels kwijt. De arme man kon de dag erop weer de hachelijke reis ondernemen om die aardappels alsnog te halen. Tegenwoordig gooien we goed eten gewoon weg. Of als een banaan wat bruine plekjes heeft, krijg je te horen: "Die banaan kun je toch niet meer eten." Ooit moest ik — en dat is slechts één voorbeeld — honderden bruikbare smartphones in metalen containers gooien, sommige toestellen onbeschadigd en soms nog 'nieuw' in doos.
Ik denk dat ik mijn punt gemaakt heb: met onze acties en reacties naar onze naasten doen we hen niet alleen verdriet of kwetsen we hen, maar ondanks 'vroomheid' (die soms niet in het hart maar in de kleding zit), ontheiligen we de heiligheid van de Eeuwige. Ben ik dan vlekkeloos en ongeschonden? Degene die Psalm 86 echt gelezen heeft, mag het antwoord geven. Eén laatste opmerking: mijn overtuiging is dat je dient op te komen voor de heilige wet en Zijn naam moet alle eer ontvangen; dan geef je ook met hart en ziel om je naaste.