Luister live

Tsjoeva kom tot inkeer en terugkeer

28-06-2026

We lezen en kennen het verhaal van de uittocht uit Egypte. Het is het bekende verhaal waarin de Eeuwige het volk Israël met sterke arm uit Egypte heeft geleid. Maar die slavernij in Egypte heeft, zoals veel verhalen in de Tenach en de Bijbel, een diepere betekenis dan alleen de eerder genoemde “platte tekst”.

Dat ik uitgerekend dit thema koos, was niet eenvoudig. Soms moet je ook nadenken over een onderwerp dat misschien minder populair is, maar juist daardoor belangrijk kan zijn. Bij inkeer en terugkeer kun je aan verschillende beelden denken. Je kunt na een fout tot inkeer komen en erkennen dat je dingen anders had moeten doen. Dat kan ook gebeuren wanneer je ruzie krijgt met een naaste, omdat je iets hebt gehoord, een verwijt maakt en later blijkt dat het niet klopt. Dan is het pijnlijk om dat toe te geven. Maar juist dat toegeven is geen teken van zwakte, maar van kracht. Zo kan een relatie met je naaste weer hersteld worden. De slavernij in Egypte heeft dus meer betekenissen. Laten we er één uitpakken. Een mens kan ook slaaf worden van verkeerde verlangens, van verslavingen en van duistere dingen. Die slavernij ontstaat wanneer we ons laten verleiden of afleiden van de waarheid. Juist daarom zijn er wetten gegeven: niet om ons naar beneden te drukken, maar als richtsnoer en bescherming.

Verleiding kan vele vormen aannemen. Het kan gaan om beelden, begeerte, aandacht, macht, geld, status of erkenning. Soms komt verleiding op je af via media, reclame of sociale media. Je kijkt “normaal” televisie en ineens komen er beelden voorbij waarvan je denkt: moet dat nou echt? Sommige dingen kun je deels vermijden, maar soms kom je toch in situaties terecht die je in verlegenheid brengen of je gedachten de verkeerde kant op sturen. Het is niet dat ik mezelf zo braaf vind. Integendeel. Ik weet juist dat bepaalde dingen invloed op mij kunnen hebben. Daarom kan ik er niet goed tegen wanneer ik ongevraagd dingen te zien krijg die mij op verkeerde gedachten kunnen brengen. Soms is afstand nemen dan de enige juiste reactie.

Je kunt ook slaaf worden van iets wat op zichzelf niet verkeerd hoeft te zijn. Denk aan een hobby, werk, schermgebruik of sociale media. Iets kan je zo in beslag nemen dat het je gaat beheersen. Bij mijn kinderen moet ik nog weleens meekijken met wat ze kijken. Eerlijk is eerlijk: vroeger was ik zelf niet anders. Wij hadden thuis televisie, maar toen kabeltelevisie beschikbaar kwam, zei mijn moeder dat ze die troep niet in de huiskamer wilde hebben. Dus kwam het er niet in. Bij bepaalde omroepen of programma’s moest de televisie echt uit. Bij mijn oma was het duidelijk: als de VARA ging uitzenden, klonk het resoluut: “Uit dat ding, dat zijn de rooien.” Ik had zelf moeite met AVRO’s TopPop, een popmuziekprogramma dat mijn broer graag keek. Ik vond het toen al troep en was blij wanneer er iets anders op televisie kwam. Ook was er in de jaren tachtig een populair jeugdprogramma, De film van Ome Willem, met een nogal discutabele uitspraak. Eigenlijk mocht ik dat niet kijken, maar ja: als de kat van huis is... Nu merk ik bij de opvoeding van mijn eigen kinderen dat ik veel meer meekijk. Als mij iets niet aanstaat, kan ik als doorgewinterde ICT’er een filter aanmaken en is bijvoorbeeld YouTube tijdelijk “op zwart”. Dat leidt natuurlijk tot ergernis bij een van mijn kinderen. Helemaal voorkomen kun je het niet, want zo’n filter werkt vooral op het vaste netwerk en de wifi. (Inmiddels vandaag 6 juli het filter toch weer aangezet en gestest eindelijk Youtube-troep vrij dus) Op een mobiele telefoon is het lastiger; dan moet je echt apps toestaan of blokkeren. Ik denk dat deze voorbeelden voldoende laten zien hoe sterk media en sociale media ons kunnen beïnvloeden. Zeker sociale media kunnen iemand helemaal opslokken. De filmpjes passen zich aan het algoritme aan. Je wordt als het ware een doelwit: de inhoud wordt zo afgestemd dat je telkens beloond wordt en blijft kijken. Zo kun je totaal ergens in opgaan.

De wetten die gegeven zijn — en dat zijn zeker niet alleen de Tien Geboden, maar ook spijswetten en andere bepalingen — zijn niet bedoeld als onderdrukking, maar als bescherming. Ze helpen ons om niet opnieuw slaaf te worden van verlangens, invloeden en gewoonten die ons bij de Eeuwige vandaan trekken. In mijn opvoeding ging het vaak over de erfzonde, die we volgens de bekende uitleg al meekregen vanaf Adam en Eva. Toch heb ik altijd moeite gehad met die uitleg. Het risico is namelijk dat je de schuld voor alles buiten jezelf legt, terwijl inkeer juist begint bij de erkenning van je eigen verantwoordelijkheid. Binnen de katholieke traditie, waarin ik niet ben opgevoed, bestond de aflaat: het afkopen van straf voor zonden. Binnen het protestantisme ligt dat anders. Daar wordt sterk benadrukt dat zonden vergeven worden door Jezus. Met alle respect voor dat geloof, dat ik zelf ook heb aangehangen, ben ik daar steeds meer mee gaan worstelen. Het begon mij tegen te staan wanneer vergeving te gemakkelijk leek te worden uitgesproken, zonder dat er werkelijk sprake was van omkeer, herstel en verandering. Natuurlijk werd ook in het protestantisme geleerd dat je de Tien Geboden moest houden. Maar wanneer je daarin tekortschiet, werd vaak gezegd dat de mens de wet toch niet kan houden en dat je vergeving kunt vragen. Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar het kan ook gemakzucht in de hand werken. Consequent optreden bij het begaan van zonden lijkt in veel kringen al langere tijd verdwenen. Grenzen zijn steeds verder opgeschoven.

Vroeger golden er in mijn omgeving nog duidelijke regels. Stelletjes die “moesten trouwen”, omdat er al sprake was van zwangerschap, werden gezien als voorbeeld van iets wat niet goed was gegaan. Ouders hadden dan volgens de oude opvatting te veel toegestaan of weggekeken. Dat klinkt vandaag misschien streng, maar het laat wel zien dat men zonde en verantwoordelijkheid toen ernstiger nam dan tegenwoordig vaak gebeurt. Steeds verder worden de teugels losgelaten. Dat is helaas ook wel kenmerkend voor een bepaalde Nederlandse slapheid. Wij werden in de buurt soms gezien als achterlijk, omdat er bij ons thuis nog strikte regels golden. Sommigen typeerden die regels als iets uit de zeventiende eeuw. Ik herinner mij een verhaal over een jong stel dat bij mijn opa en oma op bezoek kwam om hun verloving aan te kondigen. Mijn opa was geen makkelijke man. Hij was streng, nors en als een antwoord hem niet beviel, kon je beter maken dat je wegkwam. Mijn opa vroeg aan het jonge stel in welke kerk zij van plan waren te trouwen. Met enige schroom zeiden zij: “We gaan niet in de kerk trouwen.” Dat was niet bepaald het antwoord waarmee mijn opa genoegen nam. Er zijn meer dan woorden gevallen, maar uiteindelijk was mijn opa’s wil wet en trouwde het stel wel degelijk in de kerk.

Je kunt van alles vinden van zijn rechtlijnigheid, maar het sierde hem dat hij zijn rug recht hield. Hij was een man van zijn woord. Daarmee kom ik terug bij het onderwerp: soms hebben we regels nodig als een stok achter de deur. Terugkeer naar G-d is niet zomaar een keuze. Voor mijzelf was en is het een diepe wens om opnieuw bewuster en versterkter te leven. Jarenlang merkte ik, door andere keuzes, een soort leegte. Mijn directe omgeving heeft soms een totaal andere visie op hoe je bepaalde dagen moet invullen en houden. Misschien komt dat door mijn eigen ouderwetse striktheid, door mijn verlangen om alles precies volgens het boekje te doen. Niet uit traditie om de traditie, niet voor de vorm, maar omdat ik de diepte zoek. Het moet ergens toe dienen.

De woorden uit Hosea 14:2-3 komen dicht bij wat ik probeer te zeggen:

“Keer terug, Israël, tot de HEERE, uw God, want u bent door uw ongerechtigheid gestruikeld. Neem woorden met u mee en keer terug tot de HEERE. Zeg tegen Hem: Vergeef alle ongerechtigheid en neem het goede aan...”

Was ik dan gestruikeld? Ik moest daarover nadenken en kom tot de conclusie dat dit inderdaad zo is. Gelukkig komen er soms mensen op je pad — dankzij de Eeuwige — die je weer terugbrengen.

Maar terug waarnaartoe? Voor mij is de verbinding met de Eeuwige geen leeg principe. Als iemand mij vraagt hoe ik weet dat G-d bestaat, zeg ik: ik heb geen bewijs dat ik je op papier kan tonen. Maar als je het echt wilt weten: Hij heeft het Zelf aan mij bewezen. Krachtiger en heiliger bewijs kun je voor jezelf niet ontvangen. Dat is eigenlijk het sterkste wat ik kan zeggen. Ik kan beginnen over percentages van zekerheid, maar een niet-gelovige overtuigen zonder tastbaar bewijs is lastig. Je kunt het plat slaan door droog te zeggen: “Lees maar in de Bijbel.” Maar de Tenach kennen de meesten al helemaal niet. Wanneer je werkelijk de verbinding met de Eeuwige wilt herstellen door inkeer en terugkeer, dan vraagt dat iets van je. Je moet dingen laten en dingen doen. De woorden uit Psalm 51 zijn daarom treffend:

“Schep in mij een rein hart, o G-d, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.”

Hoe sterker het verlangen naar inkeer en terugkeer, hoe meer je keuzes wilt maken tot eer van Hem.

Het kan moeilijk zijn wanneer je zelf bezig bent met het onderzoeken van Zijn woorden, terwijl aan de andere kant van de bank op Shabbat televisie wordt gekeken en het gesprek gaat over de stand van de wedstrijd of een speler die een rode kaart heeft gekregen. Voor mij voelt dat als een rode kaart, een rode lijn, een rode vlag. De rust om na te denken en je geestelijk over te geven is er dan niet. Dat versterkt bij mij het besef dat er soms gebroken moet worden met het heden. In mijn opvoeding was het ook een no-go om van de zondag een gewone dag te maken alsof er niets aan de hand was. Er waren om bepaalde redenen enkele weken waarin ik op een ander adres helemaal alleen kon zijn. Toen besefte ik wat een verademing het is wanneer er rust is. Daarmee kom ik terug bij de slavernij. De weg gaat van slaaf zijn, door de woestijn, naar het ontmoeten van de Eeuwige. En daar, in alle eerlijkheid, kunnen zeggen: ik heb berouw. Hier ben ik. Dit was voor mij een moeilijk onderwerp om te bespreken. Ik kon er niet omheen om ook dingen uit mijn persoonlijke situatie te beschrijven. Maar misschien hoort dat juist bij inkeer en terugkeer. Het is geen theorie op afstand. Het raakt je leven, je keuzes, je huis, je relaties en je hart.Voor mij is de oude weg waar mijn ouders in geloofden via Jezus een afgesloten weg.

Afsluitend met de woorden uit Deuteronomium 30:2-3:

“Wanneer u dan terugkeert tot de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaamt... dan zal de HEERE, uw God, uw gevangenschap veranderen en Zich over u ontfermen.”