Van de Bergwegkerk naar Auschwitz (1)
09-09-2026
Op zaterdag 18 mei 2024 was ik bezig met het inpakken voor een politiereis naar Polen. De volgende avond zouden we rond zes uur met de bus vertrekken. Onder meer Auschwitz stond op het programma. Terwijl ik mijn spullen bij elkaar zocht, las mijn vrouw iets in de Nieuwsbode dat mijn aandacht onmiddellijk naar Zeist terugbracht.
Familieleden uit Canada waren overgekomen voor het onthullen van herdenkingssteentjes aan de Eikenlaan. Het ging om Hendrik en Elisabeth Visser-Baars en de Joodse vrouw die zij tijdens de oorlog hadden verborgen: Elly Blazer.
Hendrik was de broer van mijn opa Jan Visser. Mijn moeder, Elza-Maria Veldhuizen-Visser, had nog lange tijd contact met haar oom gehouden. Het krantenbericht ging dus over onze eigen familie. De vader van Hendrik en dus ook van Jan Visser, mijn bet-overgrootvader is de in die tijd bekende predikant ds J Visser.
Elly was in 1942 als jonge vrouw bij Hendrik en Elisabeth terechtgekomen. Achter Hendriks radiowinkel aan de Eikenlaan 21 woonde het gezin met drie jonge kinderen. Daar boden zij haar bescherming. Bij gevaar kon zij zich verbergen in een ruimte onder de vloer, bereikbaar via een kast. De kinderen moesten leren zwijgen over iemand die deel uitmaakte van hun dagelijkse leven.
Ik probeer mij voor te stellen wat dat van zo’n gezin vroeg. Je kinderen verzorgen, je werk doen, bezoekers ontvangen, terwijl er voortdurend iets verborgen moest blijven. En dan Elisabeth, die de deur moest openen wanneer er Duitsers kwamen. Zij moest zich staande houden, terwijl anderen zich hadden verstopt.
In het krantenbericht stond ook dat Sonya, een kleindochter van Hendrik en Elisabeth, en haar broer Mark over de onderduik zouden vertellen. Ik nam contact op met predikant Roel Bosch. Kon ik bij de dienst aanwezig zijn? Ik vertelde over mijn familieband en mijn betrokkenheid bij het Joods Politie Netwerk. Ook vertelde ik dat ik in 1974 in diezelfde Bergwegkerk was gedoopt.
Hij vond die verbinding bijzonder.
Zo ging ik op zondagmorgen 19 mei met mijn dochter Naomi naar de kerk. Die avond zou de reis naar Polen beginnen. Eerst zaten we samen in de kerk waar mijn eigen levensverhaal ooit met mijn doop was begonnen, om te luisteren naar de geschiedenis van onze familie.
Roel Bosch publiceerde later Sonya’s bijdrage onder de titel Moral clarity, moral courage. Morele helderheid en morele moed. Sonya vertelde hoe het geloof van haar grootouders richting had gegeven aan hun handelen. Zorg voor de vreemdeling en liefde voor de naaste kregen in hun huis een heel concrete betekenis.
Ook vertelde zij over Elly’s vader, Benjamin Blazer. Hij had de oorlog overleefd en bedankte de Vissers na de bevrijding voor het redden van zijn dochter. Zijn vrouw en andere dochter waren in Auschwitz vermoord.
Ongeveer een week later stond ik zelf in Auschwitz-Birkenau, bij de Rampe. Daar dacht ik kort terug aan wat ik in Zeist had gehoord. Elly had bij de broer van mijn opa bescherming gevonden. Haar moeder en zus waren hier vermoord.
Wij legden een krans namens het Joods Politie Netwerk.
De reis was al lang gepland. Het krantenbericht kwam tijdens het inpakken. Toch waren die gebeurtenissen voor mij met elkaar verbonden geraakt. In Zeist had ik met Naomi geluisterd naar het verhaal van een gered leven. In Auschwitz stond ik stil bij de familieleden die niet waren teruggekomen.
Van de kerkdienst heb ik een opname in mijn archief. Ik ben blij dat die bewaard is. Naomi kan later terugzien welke mensen daar stonden en wat zij vertelden over onze familie. En ik kan haar vertellen waarom ik enkele dagen daarna, ver van Zeist, juist aan hen dacht.